Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Alinea 192 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.
13. In de Puttense moordzaak had de deskundige op wiens oordeel de bewezenverklaring mede steunde, na het onherroepelijk worden van het veroordelend arrest, kenbaar gemaakt het eerdere oordeel hoogst onwaarschijnlijk te achten. Hoewel in wezen sprake was van een (gewijzigd) oordeel van een deskundige, bood de omstandigheid dat dat gewijzigde oordeel was ingegeven door feiten en omstandigheden die de deskundige niet had betrokken bij het vormen van zijn oordeel ten tijde van de strafzaak een ingang om het gewijzigd oordeel als een novum aan te merken. Daarbij was relevant dat het door de deskundige in de strafzaak gegeven oordeel in rechtstreeks verband stond tot de bewezenverklaringen. Voorts kan in dit verband betekenis worden toegekend aan het feit dat de deskundige zijn eigen, door het hof in aanmerking genomen oordeel op een essentieel onderdeel had herzien. In de zogenoemde Deventer moordzaak heeft de Hoge Raad in deze lijn overwogen dat aan de omstandigheid dat de deskundige op wiens bevindingen de bewezenverklaring in belangrijke mate steunt nadien tot een ander oordeel komt in beginsel meer gewicht kan worden toegekend dan aan een - van die deskundige afwijkend - oordeel van een andere deskundige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 51275 tot 52640.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d | shasum -a 256