Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Alinea 194 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.
15. De zaak Ina Post vormt een ander voorbeeld in deze categorie. In deze zaak was de lichaamstemperatuur gemeten van het dodelijk slachtoffer. De vraag naar het tijdstip waarop de dood zou zijn ingetreden, was geen voorwerp van onderzoek door een deskundige geweest. In de herzieningsprocedure werd een rapport gepresenteerd waarin het vermoedelijke tijdstip van het overlijden aan de hand van een standaardmethode was vastgesteld. Dat tijdstip sloot niet aan bij het tijdstip waarvan het hof in het veroordelend arrest was uitgegaan. Dat gegeven raakte ook aan de betrouwbaarheid van de aanvankelijk bekennende verklaring van de aanvraagster, die het hof tot het bewijs had gebezigd. Ook in dit verband was sprake van informatie die zich in het dossier dat de rechter ter beschikking stond bevond, terwijl de duiding daarvan specialistische kennis vergde en de betekenis daarvan zodanig was, dat een ernstig vermoeden bestond dat bij bekendheid met deze duiding geen veroordeling zou zijn gevolgd. Daarbij nam de Hoge Raad bovendien in aanmerking dat de deskundige het vermoedelijke tijdstip van overlijden had vastgesteld aan de hand van een in vakkringen aanvaarde standaardmethode.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 54442 tot 55706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d | shasum -a 256