Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 200 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

18. Door de introductie van het begrip ‘gegeven’ heeft de wetgever buiten twijfel willen stellen dat ook deskundigeninzichten onder omstandigheden een novum kunnen opleveren. Het novum hoeft niet te bestaan uit een omstandigheid van feitelijke aard. Daardoor hoeft niet langer - min of meer geforceerd - te worden uitgeweken naar het aannemen van bijzondere omstandigheden in geval ernstige twijfel bestaat aan de juistheid van een veroordeling. De hiervoor beschreven arresten, die onder vigeur van het oude wettelijke regime zijn gewezen, hebben daarmee niet hun belang verloren. Ook naar huidig recht staat immers voorop dat de herzieningsprocedure is bestemd voor uitzonderlijke gevallen en dat niet elk deskundigenoordeel dat haaks staat op het oordeel van de strafrechter een novum kan opleveren. Met dit uitgangspunt is een gewichtig belang gemoeid. Aan de rechtsstrijd moet immers eens een einde komen (‘lites finiri oportet’). Een onherroepelijk vonnis of arrest schept rechtszekerheid, of men het nu wel of niet met de uitkomst eens is. In de woorden van mijn ambtgenoot Knigge: men hoeft het met het oordeel niet eens te zijn, maar men moet zich er wel bij neerleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 57276 tot 58668.