Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 202 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

20. Van de veroordelende uitspraak afwijkende gezichtspunten kunnen in het verlengde hiervan uitsluitend een novum opleveren indien het gegeven bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was. Het karakter van herziening als een uitzonderlijk middel brengt voorts mee dat het gegeven in de zin van art. 457, eerste lid, onder c, Sv van dusdanig gewicht moet zijn dat daardoor het ernstig vermoeden rijst dat, indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak tot één van de in het artikellid genoemde uitspraken zou hebben geleid. Uiteindelijk komt het bij de beoordeling of het deskundigeninzicht een novum oplevert vooral aan op de vraag of sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en op de toets van het gewicht van het inzicht in relatie tot de bewijsconstructie in het veroordelend vonnis of arrest. Dat gewicht moet dusdanig zijn, dat de bewijsconstructie door het nieuwe inzicht als het ware op losse schroeven komt te staan. Bij het bepalen van het gewicht van het deskundigenoordeel kan mede aansluiting worden gezocht bij hetgeen de Hoge Raad in de hiervoor genoemde arresten in de Puttense moordzaak en de zaken Lucia de Berk en Ina Post heeft overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 59940 tot 61285.