Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 207 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

24. In de wetsgeschiedenis wordt benadrukt dat het gewijzigde deskundigeninzicht “van zodanige kwaliteit en inhoud” moet zijn dat daardoor - op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen - het ernstige vermoeden ontstaat dat, indien de rechter daarmee bekend zou zijn geweest, een vrijspraak zou zijn gevolgd. Een basisvoorwaarde is dat de deskundige voldoende kennis heeft van de zaak. De wetsgeschiedenis bevat verder nauwelijks concrete handvatten ter beoordeling of het deskundigeninzicht van de benodigde kwaliteit is. In de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer is in dit verband gewezen op de Wet deskundige in strafzaken als “een van de maatregelen die eraan kunnen bijdragen dat deskundigen op eenduidige, herleidbare en transparante wijze rapporteren aan de strafrechter”. Daartoe is eveneens verwezen naar het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD), zonder dat daaraan overigens bepaalde gevolgtrekkingen worden verbonden, laat staan de gevolgtrekking dat alleen het oordeel van een deskundige die in het desbetreffende register staat vermeld als een novum zou kunnen worden opgevat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 64513 tot 65724.