Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Onder 3.6.18 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.
39. Meer stof voor discussie biedt HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:712, NJ 2015/189, waarin de vraag aan de orde was of een luchtdrukgeweer sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen. Die vraag is van belang voor de beoordeling of het wapen onder het strafrechtelijk regime van categorie I dan wel categorie IV als bedoeld in de Wet wapens en munitie valt. In de strafzaak had het hof aangenomen dat sprake was van sprekende gelijkenis en zich daarbij verlaten op bevindingen van een verbalisant, een zogenoemde “taakaccenthouder Wet wapens en munitie”. In de herzieningsprocedure werden twee rapporten gepresenteerd van deskundigen waarin een ander standpunt werd ingenomen ten aanzien van de categorisering van het vuurwapen. De Hoge Raad zag in de inhoud van de rapporten een grond voor herziening. Bijzonder is dat in één van de rapporten de ontwikkeling van de jurisprudentie die dateert van na het onherroepelijk arrest in de desbetreffende strafzaak was betrokken. In het deskundigenoordeel was deze aanscherping van de jurisprudentie in aanmerking genomen. In dit opzicht was sprake van een wisselwerking tussen jurisprudentie en deskundigenoordeel. Het begrip ‘sprekende gelijkenis’ vergt een normatieve invulling, die tot het domein van de rechter behoort. Zoals gezegd, kan een wijziging van jurisprudentie en daarmee van dat normatieve kader als zodanig geen grond voor herziening vormen. Daarin kan ook in deze zaak niet de sleutel tot herziening worden gevonden. Ik houd het erop dat de benadering van de Hoge Raad kan worden vergeleken met die in de zaak Ina Post. Kennelijk is de gedachte dat de beoordeling of het wapen ‘sprekende gelijkenis’ met een vuurwapen vertoont specialistische kennis vergt. Het hof is bij de beantwoording van die vraag afgegaan op het oordeel van een verbalisant, terwijl in de herzieningsprocedure twee deskundigenoordelen beschikbaar zijn die op een andere uitkomst wijzen. Daarbij wijst de Hoge Raad erop dat één van de deskundigen als zodanig is geregistreerd, terwijl de andere rapporteur werkzaam is als deskundige wapens en munitie bij het Nederlands Forensisch Instituut. In die zin zou kunnen worden gezegd dat het oordeel van de verbalisant dat het hof aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd is overvleugeld door twee oordelen van ter zake (meer) deskundigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 89763 tot 92314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d | shasum -a 256