Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Onder 3.6.18 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

“5.3. De Hoge Raad verstaat voormeld rapport aldus dat volgens de deskundigen die het onderzoek hebben verricht, op grond van betrokkenes "verhoogde suggestibiliteit en neiging tot het verdraaien en verfraaien van de waarheid, en het zelfs verzinnen van fantasieverhalen, passend bij de theatrale persoonlijkheidskenmerken", moet worden aangenomen dat verband bestaat tussen de door hen vastgestelde psychopathologie en het afleggen door de betrokkene van zijn klaarblijkelijk voor het bewijs gebezigde verklaringen. Bezien in het licht van de klaarblijkelijk aan de bewezenverklaring ten grondslag liggende bewijsvoering, zoals hiervoor onder 3.2 weergegeven, geeft dit deskundigenoordeel grond aan de stelling waarop de aanvragen steunen, te weten dat, kort gezegd, zodanig ernstige twijfel bestaat omtrent de geloofwaardigheid van de bekentenissen die de betrokkene destijds heeft afgelegd, dat het Hof – ware het daarmee bekend geweest – die (nadien ingetrokken) bekentenissen, anders dan het klaarblijkelijk heeft gedaan, niet voor het bewijs zou hebben gebezigd en de betrokkene zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 93114 tot 94271.