Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

52. De onder (2) genoemde voorwaarde ziet op de kracht van het deskundigeninzicht in relatie tot de bewijsvoering. In dit verband kan van belang zijn in hoeverre het deskundigenoordeel met voorbehouden is omgeven. In geval de deskundige allerlei slagen om de arm houdt, zal niet snel van een novum kunnen worden gesproken. Voorts pleit de verwevenheid van waarneming en interpretatie ervoor bij het interpreteren van het novumbegrip ten aanzien van deskundigeninzichten inspiratie te putten uit de rechtspraak over verklaringen van getuigen of de voormalige verdachte. De enkele omstandigheid dat een bekennende verklaring dan wel een belastende getuigenverklaring na het onherroepelijk worden van het vonnis of arrest wordt ingetrokken, levert nog geen grond voor herziening op. De aanvrager zal aannemelijk moeten maken dat en waarom van de eerdere verklaring is teruggekomen. De enkele omstandigheid dat twee verschillende verklaringen voorliggen, betekent immers nog niet dat dusdanig aan het waarheidsgehalte van de eerste, tot het bewijs gebezigde verklaring moet worden getwijfeld, dat daarmee de veroordeling op losse schroeven is komen te staan. Naar mijn mening kan deze gedachtegang worden doorgetrokken naar deskundigeninzichten. Het enkele feit dat twee deskundigen elkaar tegenspreken of dat de eerder ingeschakelde deskundige van inzicht is veranderd, betekent nog niet dat daarmee de bodem onder de veroordeling wegvalt. Dat betekent ook dat het in de herzieningsprocedure gepresenteerde deskundigeninzicht zal moeten worden afgezet tegen de door de strafrechter gebezigde bewijsconstructie. Als het deskundigeninzicht deze constructie in de kern niet raakt, maar bijvoorbeeld betrekking heeft op een ondergeschikt onderdeel, zal een novum niet aan de orde kunnen zijn. Dat is anders in geval de bewijsconstructie in overwegende mate steunt op een duiding van de feiten die door het deskundigenoordeel in de herzieningsprocedure wordt ontkracht. Bij de beoordeling of sprake is van een novum als bedoeld in art. 457, eerste lid onder c, Sv is aldus de gehele bewijsvoering van belang. Centraal staat de vraag of het nieuwe gegeven, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen en de eventuele nadere bewijsoverwegingen, een ernstig vermoeden als bedoeld in de genoemde bepaling wekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 106069 tot 108565.