Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.
54. Uit de hiervoor beschreven wetsgeschiedenis en rechtspraak volgt dat niet is uitgesloten dat oordelen van gedragsdeskundigen, zoals rechtspsychologen, een novum opleveren. In dit verband valt wel te wijzen op een tweetal verschillen met bevindingen van bijvoorbeeld DNA-deskundigen. In de regel is de rechter immers bij de waardering van verklaringen van getuigen en verdachten niet afhankelijk van hulp van gedragsdeskundigen. Voor de uitleg van DNA-profielen is specialistische hulp wel onontbeerlijk. Daarbij komt dat disciplines als de rechtspsychologie en de forensische psychiatrie in de regel relatief veel ruimte laten voor uiteenlopende interpretaties en daarmee voor subjectieve oordelen. Deze bevinding is voor ons onderwerp van belang. Immers, hoe meer ruimte bestaat voor uiteenlopende oordelen, des te minder snel zal een afwijkend oordeel de bewijsconstructie aan het wankelen brengen. Knigge merkt in dit verband treffend op dat in een wereld van deskundigen er altijd wel één te vinden is die bereid is een afwijkend standpunt in te nemen. Die constatering noopt tot terughoudendheid. Dat geldt temeer in geval de deskundige zijn onderzoek uitsluitend baseert op kenmerken van verklaringen waarvan de rechtbank of het hof ten tijde van de berechting kennis heeft kunnen nemen. Toegespitst op gedragsdeskundige rapportage waarbij wordt gerapporteerd over de betrouwbaarheid van een aan het bewijs ten grondslag gelegde verklaring van een getuige of verdachte, meen ik dat een dergelijk deskundigenoordeel uitsluitend een novum kan opleveren indien (1) aan de deskundigheid van de rapporteur en de betrouwbaarheid van de door hem gehanteerde methode niet hoeft te worden getwijfeld; (2) het deskundigenoordeel berust op een analyse van kenmerken van die verklaring die bij het onderzoek ter terechtzitting aan de rechter nog niet bekend was; (3) een verband kan worden aangenomen tussen de psychische toestand van de betrokkene en de afgelegde verklaring en wel in die zin dat aan de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaring ernstig moet worden getwijfeld en (4) de verklaring in de bewijsvoering van dusdanige betekenis is, dat het ernstige vermoeden bestaat dat met het wegvallen daarvan het hof tot een vrijspraak zou zijn gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 110139 tot 112667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d | shasum -a 256