Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.
56. Het ligt niet in de rede in de herzieningsprocedure, die naar haar aard voor uitzonderlijke gevallen is bedoeld, lagere eisen te stellen aan de inbreng van deskundigen dan bij de berechting in eerste aanleg en in hoger beroep. Naar mijn mening zal de aanvrager de herzieningsrechter in staat moeten stellen te beoordelen of de in de herzieningsprocedure ingebrachte deskundige gekwalificeerd is de relevante vragen te beantwoorden. In dat verband valt te denken aan het in het geding brengen van stukken - in de terminologie van de Hoge Raad: verifieerbare documenten - aan de hand waarvan de deskundigheid van degene op wiens oordeel een beroep wordt gedaan en de door hem gebezigde methode kunnen worden beoordeeld. In geval de nieuwe deskundige zich heeft bediend van een omstreden onderzoeksmethode, zullen de resultaten ervan in het algemeen geen novum kunnen opleveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 113890 tot 114846.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d | shasum -a 256