Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 297 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

66. Ten aanzien van de bewezenverklaringen onder 1 en 3 kan ik kort zijn. Niet valt in te zien dat het ingebrachte rapport iets kan afdoen aan de bewijsconstructie ten aanzien van het opzettelijk van het leven beroven van [slachtoffer 1] en het voorhanden hebben van het vuurwapen. Het in het geding gebrachte rapport heeft geen twijfel doen rijzen over de identiteit van de schutter. Het hof heeft te dien aanzien overwogen dat alle gehoorde getuigen die uit de eerste hand de schietpartij hebben waargenomen de verdachte als de schutter hebben aangewezen. Geen van de getuigen heeft een andere schutter genoemd. Het in 2014 verrichte onderzoek gaat over schotbeschadigingen en niet over de identiteit van de schutter. Daarbij komt dat de opsteller van het rapport het oordeel van het hof dat de aanvrager tot herziening meer dan één schot op [slachtoffer 1] heeft gelost, deelt. Het onderzoek trekt evenmin de doodsoorzaak in twijfel. Het is dan ook niet duidelijk in welk opzicht de bevindingen in het rapport ten aanzien van de onder 1 en 3 bewezen verklaarde feiten een novum zouden kunnen opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 126338 tot 127522.