Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 299 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

68. De getuigen verklaren aldus eenstemmig dat de schutter (de aanvrager) - nadat hij meermalen op een andere man had geschoten ( [slachtoffer 1] ) - zijn vuurwapen richtte op de wegrennende jongen ( [slachtoffer 2] ). Diverse getuigen verklaren te hebben gezien (en - in geval van de getuige [betrokkene 4] - gehoord) dat daarbij daadwerkelijk in de richting van [slachtoffer 2] is geschoten. Die omstandigheid is van belang bij de beoordeling of er een ernstig vermoeden is dat de aanvrager, indien de onderzoeksresultaten van Horne bekend zouden zijn geweest, tot een vrijspraak zou zijn gekomen. Daarbij is naar mijn mening niet alleen van belang hetgeen het hof heeft bewezen verklaard, maar ook hetgeen de tenlastelegging inhoudt. Denkbaar is immers dat een novum betrekking heeft op een onderdeel van de bewezenverklaring, terwijl uit de bewijsconstructie volgt dat met weglating van het desbetreffende onderdeel ook een bewezenverklaring tot de mogelijkheden behoort. In een dergelijk geval bestaat niet het ernstige vermoeden dat een vrijspraak zou zijn gevolgd. Tegen deze achtergrond verdient de tenlastelegging in de onderhavige zaak de aandacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 129020 tot 130255.