Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Alinea 308 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:299.

72. Maar ook in geval de bevindingen van de opsteller van het rapport aldus moeten worden geïnterpreteerd dat daaruit ernstige twijfels voortvloeien over de vaststelling dat meermalen in de richting van de wegrennende [slachtoffer 2] is geschoten, leidt dat nog niet tot het ernstige vermoeden dat het hof, in geval het hof bekend was geweest met het onderzoek, de aanvrager zou hebben vrijgesproken. In dat geval zal de aanvrager hetzij één maal hetzij niet in de richting van [slachtoffer 2] hebben geschoten. In geval het hof bewezen zou hebben verklaard dat de aanvrager één maal zou hebben geschoten, kan ervan worden uitgegaan dat een vrijspraak eveneens achterwege zou zijn gebleven. De tenlastelegging voorziet immers ook in dat (tweede) scenario. Hetzelfde geldt indien de aanvrager op [slachtoffer 2] heeft gericht en meermalen of één maal de trekker van het leeg geschoten pistool heeft overgehaald (het derde scenario). Van dat scenario zou sprake kunnen zijn in geval wordt uitgegaan van de door Horne genoemde mogelijkheid dat de aanvrager niet op [slachtoffer 2] heeft geschoten toen deze wegrende. Alleen in het vierde scenario zou een bewezenverklaring niet tot de mogelijkheden behoren. In dat geval is het bij een bedreiging gebleven. Het onderzoek van Horne discrimineert evenwel niet tussen het derde en het vierde scenario. De tot het bewijs gebezigde verklaringen van de getuigen [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [betrokkene 4] wijzen bepaald niet in de richting van het scenario waarin de aanvrager slechts met het vuurwapen in de richting van [slachtoffer 2] heeft gedreigd. Deze wijzen primair op het eerste dan wel tweede scenario, maar sluiten in elk geval eerder aan bij het derde scenario dan bij het vierde scenario. Zoals vermeld, kan ook in het derde scenario een bewezenverklaring volgen, zij het door anders te ‘strepen’ dan het hof heeft gedaan. Ook om die reden kan het onderzoek bezwaarlijk als een novum worden gezien in de zin van art. 457, eerste lid, aanhef en onder c, Sv, omdat het niet tot het ernstige vermoeden leidt dat het hof - bij bekendheid met de onderzoeksresultaten - de verzoeker zou hebben vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd5b45c987c68932301675c55dabb2529d08fbe9a5ca8e1e1d117736844ff3d, en de alinea staat in dat document op bytes 133550 tot 135801.