Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 5.22.3 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:3.

Van de vaststelling van een vergoeding was ook sprake in HR 6 mei 1960, NJ 1961/366, welke door de Gemeente is genoemd in haar s.t. nr. 41 en waarop is gereageerd door Seba c.s. bij Repliek/Dupliek nr. 3.5. Ik lees de conclusie van P-G Langemeijer voor bedoeld arrest niet zo, dat er van onbepaaldheid sprake is indien in het contract maatstaven ontbreken om de tegenprestatie vast te stellen. In die zaak moest de waarde van een inbreng worden vastgesteld aan de hand van een op te maken balans. Een bepaald onderwerp zou zijns inziens ontbreken indien “ten aanzien van de bij de balans aan te leggen maatstaf verschillende meningen zonder enig waardeonderscheid mogelijk zouden zijn” (p. 769, onderaan, en 770), maar daarvan was geen sprake waar “de rechter op redelijke gronden vóór een bepaalde opvatting zou mogen kiezen. Immers deze opvattingen worden toch ook met redelijke argumenten verdedigd, zij berusten in zoverre niet op willekeur van haar aanhangers.” (p. 771, l.k.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6333f668ee46091aef310f7e31adf0d17fde1bd048c60839c2a105ec60d2e3e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6333f668ee46091aef310f7e31adf0d17fde1bd048c60839c2a105ec60d2e3e0, en de alinea staat in dat document op bytes 107137 tot 108143.