Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 6.39 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:3.

Het hof had immers uit het geheel van grieven en het standpunt van eisers tot cassatie in eerste aanleg en in hoger beroep moeten begrijpen dat het voornaamste bezwaar tegen de canonherziening erin gelegen was dat deze herziening tot een willekeurig en onvoorspelbaar resultaat leidt en dat de hoogte van de canon ook nog in grote mate afhangt van de persoon van de aangewezen deskundigen. Eisers tot cassatie hebben uiteengezet dat de canon bij aanvang op een andere grondslag is vastgesteld dan nu door deskundigen gebeurt, dat de canon op grond van de toen geldende wet andere betekenis had dan nu door de deskundigen wordt gehanteerd en dat ten slotte de wijze waarop de deskundigen de canon vaststellen, steeds weer anders is. Daarnaast is gewezen op het feit dat de erfpachter geen recht heeft het erfpachtrecht op te zeggen indien hij zich niet in de herziene canon kan vinden (en de bij opzegging op andere gronden verkregen vergoeding een dergelijk recht op opzegging ook illusoir maakt), waarnaast ook nog eens is opgemerkt dat het vaststellen van de canon door de deskundigen steeds weer hoge kosten met zich meebrengt, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6333f668ee46091aef310f7e31adf0d17fde1bd048c60839c2a105ec60d2e3e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6333f668ee46091aef310f7e31adf0d17fde1bd048c60839c2a105ec60d2e3e0, en de alinea staat in dat document op bytes 184769 tot 185930.