Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 8.4 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:3.

Onderdeel 6.I klaagt dat het hof in rov. 2.8.1 en rov. 2.10.3 had moeten motiveren waarom onderdeel III van vordering E niet toewijsbaar is jegens de natuurlijke personen die tot eisers tot cassatie behoren. De klacht wijst erop dat het hof in rov. 2.8.1 overwoog: “Op het verwijt van onrechtmatig handelen van de Gemeente jegens [A] , [C] , [E] en [F] komt het hof hierna terug bij de bespreking van de diverse vorderingen.” om vervolgens in rov. 2.10.3 zonder enige motivering deze vordering jegens (ook) [A] , [C] , [E] en [F] af te wijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6333f668ee46091aef310f7e31adf0d17fde1bd048c60839c2a105ec60d2e3e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6333f668ee46091aef310f7e31adf0d17fde1bd048c60839c2a105ec60d2e3e0, en de alinea staat in dat document op bytes 194538 tot 195146.