Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Onder 5.1. Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:303.
Voor het geval het middel niet tot cassatie leidt, wordt in de schriftuur aan de Hoge Raad verzocht om op de voet van art. 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU) prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) teneinde duidelijkheid te verkrijgen omtrent het antwoord op de vraag of en zo ja in hoeverre door een verdachte het recht op aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor kan worden ontleend aan "de grondrechten als algemene beginselen van het recht van de Europese Unie (Gemeenschapsrecht) al dan niet in combinatie met het bepaalde in het EU Handvest van de Grondrechten (o.a. art. 47 en 48)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6f42f0c4f62c15d769229888da3f96c675efa6afe6eeed93af92439e4e73450. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6f42f0c4f62c15d769229888da3f96c675efa6afe6eeed93af92439e4e73450, en de alinea staat in dat document op bytes 22236 tot 22953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6f42f0c4f62c15d769229888da3f96c675efa6afe6eeed93af92439e4e73450 | shasum -a 256