Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 6.4.3. Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:303.

“De door de politie opgemaakte processen-verbaal van de verhoren van de medeverdachte [betrokkene] bevatten een zakelijke weergave van hetgeen door hem is verklaard. Anders dan de raadsvrouw heeft gesteld, kan op grond van een vergelijking van deze processen-verbaal met de verbatim uitgewerkte weergave van die verhoren niet worden geconcludeerd dat de inhoud van die processen-verbaal onjuist is of dat belangrijke, voor de verdachte ontlastende passages in die processen-verbaal zijn weggelaten. Evenmin volgt daaruit dat [betrokkene] in strijd met de onschuldpresumptie is geleid naar een voor de verdachte belastende verklaring. Het bewijs berust voorts niet uitsluitend of in overwegende mate op de verklaring van [betrokkene]. Een situatie als bedoeld in het Vidgen-arrest doet zich dan ook niet voor. Voorts acht het hof de verklaring van [betrokkene] met betrekking tot het handelen van de verdachte op hoofdlijnen betrouwbaar, nu deze verklaring steun vindt in de overige bewijsmiddelen. Het hof zal de verklaring van [betrokkene] dan ook tot het bewijs bezigen. De verweren van de raadsvrouw worden verworpen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6f42f0c4f62c15d769229888da3f96c675efa6afe6eeed93af92439e4e73450. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6f42f0c4f62c15d769229888da3f96c675efa6afe6eeed93af92439e4e73450, en de alinea staat in dat document op bytes 35066 tot 36204.