Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:316.

Het hof overweegt als volgt. Naar de kern genomen brengt de stelling van de verdediging mee dat wordt onderzocht of sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Naar het oordeel van het hof voldoet hetgeen door de verdediging is aangevoerd niet aan hetgeen de Hoge Raad in rechtsoverweging 2.7 van het arrest van 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:1496 heeft uiteengezet. Het hof acht het verzoek onvoldoende concreet en onderbouwd. Het verzoek dient reeds op deze grond te worden afgewezen. De teamleiders van het Nederlandse, Spaanse en Britse politieonderzoek zijn door de raadsheer-commissaris in aanwezigheid van de advocaten gehoord. Ook [betrokkene 28] , die bij diverse overleggen aanwezig is geweest, is op deze wijze gehoord. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting verantwoording afgelegd. Gelet hierop en alles afwegend acht het hof het horen van mevr. mr. Mol als getuige niet noodzakelijk voor enige te nemen beslissing in deze zaak. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e00cae3c1b23a4d077dd309cf7a88ecbb75c2c18ba451260b549949baeefa43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e00cae3c1b23a4d077dd309cf7a88ecbb75c2c18ba451260b549949baeefa43, en de alinea staat in dat document op bytes 112525 tot 113600.