Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:316.
8. De eerste klacht, inhoudende dat het hof niet heeft gereageerd op ‘het uitdrukkelijk onderbouwde verweer’ strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging van de verdachte vanwege schending van het aanwezigheidsrecht, faalt om twee redenen. In de eerste plaats heb ik mij afgevraagd of de steller met zijn verwoording ‘uitdrukkelijk onderbouwd verweer’ het oog heeft op een uitdrukkelijk voorgedragen verweer in de zin van art. 358, derde lid, Sv (in verbinding met art. 359, tweede lid eerste volzin, Sv) of op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv. Uit de toelichting op het middel (schriftuur, p. 20 e.v.) leid ik af dat het betoog van de steller van het middel langs de lijn van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt gaat, zulks echter ten onrechte. In de tweede plaats heeft het hof (uitvoerig) op het niet-ontvankelijkheidsverweer gereageerd en te dien aanzien een met redenen omklede beslissing gegeven conform het bepaalde in art. 358, derde lid, Sv in verbinding met art. 359, tweede lid eerste volzin, Sv. Dat heeft het hof zelfs op twee plaatsen in het arrest gedaan, namelijk onder het kopje “6.2 Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie” (p. 25 e.v.) en, gezien het middel niet onbelangrijk, onder “5.3 Overige verzoeken”. Daarin is het hof ingegaan op het aanwezigheidsrecht van de verdachte en het zwaarwegende belang van de verdachte om in zijn eigen strafzaak ter terechtzitting aanwezig te zijn. Alles afwegende heeft het hof op de in het arrest genoemde gronden geoordeeld dat de uit 2005 daterende strafzaak zonder verder uitstel berecht diende te worden. Ik merk hier nogmaals op dat de verdachte vrijwillig, uit eigener beweging, naar Peru is teruggekeerd en daarmee feitelijk een risico nam omdat hij wist dat er daar voor hem een arrestatiebevel klaar lag. Die omstandigheid kan moeilijk aan het openbaar ministerie worden toegerekend. Bovendien weigerde de verdachte lange tijd een verklaring vanuit detentie in Peru af te leggen en gaf hij pas vier dagen voor aanvang van de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak in Nederland, en alle daarmee samenhangende strafzaken, te kennen een verklaring te willen afleggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e00cae3c1b23a4d077dd309cf7a88ecbb75c2c18ba451260b549949baeefa43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e00cae3c1b23a4d077dd309cf7a88ecbb75c2c18ba451260b549949baeefa43, en de alinea staat in dat document op bytes 24917 tot 27258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e00cae3c1b23a4d077dd309cf7a88ecbb75c2c18ba451260b549949baeefa43 | shasum -a 256