Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:316.

17. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht zonder dat hij van zijn oordeel omtrent de keuze en de betrouwbaarheid van het door hem gekozen bewijsmateriaal in zijn uitspraak rekenschap behoeft af te leggen. Voorts moet worden vooropgesteld dat de rechter op grond van het bepaalde in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv op een responsie-plichtig uitdrukkelijk onderbouwd bewijsstandpunt dient te reageren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e00cae3c1b23a4d077dd309cf7a88ecbb75c2c18ba451260b549949baeefa43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e00cae3c1b23a4d077dd309cf7a88ecbb75c2c18ba451260b549949baeefa43, en de alinea staat in dat document op bytes 49803 tot 50694.