Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Onder 7.12 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:338.

In middelonderdeel (i) betoogt belanghebbende dat het Hof in r.o. 4.8.2 ten onrechte doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan de parlementaire geschiedenis bij artikel 42a Wet IB 1964 (waarin ter zake van verschuldigde erfpachtcanons wordt gewezen op de parallel met hypotheekrenteaftrek). In recente Kamerstukken heeft de bewindspersoon nog geëxpliciteerd dat de periodieke betaling op grond van erfpacht niet in lijn is gebracht met de fiscale behandeling van rente op schulden die kwalificeren als eigenwoningschuld. Volgens belanghebbende is de enige eis voor aftrekbaarheid dat het moet gaan om periodieke betalingen op grond van een recht van erfpacht met betrekking tot de eigen woning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d32bfddd0f9f36fa63a627fa90edc314fad927f21e6fdae03478bf614da9cd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d32bfddd0f9f36fa63a627fa90edc314fad927f21e6fdae03478bf614da9cd1, en de alinea staat in dat document op bytes 129055 tot 129768.