Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Onder 3.5.2. Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:339.

In de hiervoor in 3.4 vermelde arresten stond centraal een berekening van het voor de referentieauto resterende bedrag aan BPM waarbij – in cassatie onbestreden – tot uitgangspunt was genomen een vermindering van het bedrag aan BPM dat op basis van de catalogusprijs (verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting) bedoeld in artikel 9, lid 4, van de Wet is verschuldigd. Uitgaande van die prijs en van het daarop gebaseerde verschuldigde bedrag aan BPM diende in die gevallen met het oog op de berekening van het resterende bedrag aan BPM de afschrijving van de waarde van de referentieauto te worden bepaald. Uit de hiervoor bedoelde arresten volgt, anders dan het middel betoogt, niet dat bij de berekening van het bedrag aan BPM dat nog rust op de referentieauto, ook de marge die handelaren realiseren bij de verkoop van motorrijtuigen in nieuwe staat buiten beschouwing moet worden gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0874109f311a64381bd1826fba1bdd96c728210047777469cb210054ebe321e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0874109f311a64381bd1826fba1bdd96c728210047777469cb210054ebe321e4, en de alinea staat in dat document op bytes 173369 tot 174349.