Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016
Onder 4.28 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:339.
In het verleden werd wel verdedigd dat de regels omtrent de verdeling van de bewijslast afhankelijk waren van de vraag of de inspecteur ten aanzien van het desbetreffende geschilpunt was afgeweken van de aangifte. De inspecteur zou bij afwijking van de aangifte bewijs moeten leveren. Deze opvatting is echter naar onze mening achterhaald. Niet de aangifte bepaalt de bewijslastverdeling, maar de materieelrechtelijke norm die bij de beslechting van het geschil moet worden toegepast. (…). Uit dit oordeel [bedoeld is het arrest van de Hoge Raad van 24 november 1999, nr. 35 029, ECLI:NL:HR:1999:AA3392, BNB 2000/10, A-G] blijkt dat de vraag naar de bewijslastverdeling een rechtsvraag is, die moet worden beantwoord op basis van een uitleg van de toepasselijke materieelrechtelijke norm (…). Zo nu en dan betrekt de Hoge Raad wel de omstandigheden van het geval bij de beantwoording van de vraag hoe de bewijslast moet worden verdeeld, maar dan worden die omstandigheden veralgemeniseerd en oordeelt de Hoge Raad zelf hoe, onder dergelijke omstandigheden, de bewijslast rechtens verdeeld moet worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0874109f311a64381bd1826fba1bdd96c728210047777469cb210054ebe321e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0874109f311a64381bd1826fba1bdd96c728210047777469cb210054ebe321e4, en de alinea staat in dat document op bytes 200819 tot 201972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0874109f311a64381bd1826fba1bdd96c728210047777469cb210054ebe321e4 | shasum -a 256