Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Onder 4.29 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:339.

De restwaarde van de binnenlandse referentieauto vormt het uitgangspunt voor de vaststelling van de verschuldigde BPM. Belanghebbende neemt deze op in zijn aangifte. Hij moet zijn aangifte, conform de regel 'wie stelt bewijst', aannemelijk maken en de inspecteur kan die aangifte desgewenst gemotiveerd betwisten. Dat is dus tegengesteld aan de situatie uit de periode waarin de forfaitaire tabel als hoofdregel gold en de bewijslast op grond van de Europese jurisprudentie in verband met het tekortschieten van Nederland in zijn toelichting- en publicatieplicht bij de inspecteur werd gelegd. Zie HR 6 december 2002, nr. 37.666, NTFR 2002/1881.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0874109f311a64381bd1826fba1bdd96c728210047777469cb210054ebe321e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0874109f311a64381bd1826fba1bdd96c728210047777469cb210054ebe321e4, en de alinea staat in dat document op bytes 205800 tot 206458.