Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:342.

Het GEA heeft, na een tussenvonnis van 21 september 2010, in zijn eindvonnis van 28 juni 2011 in conventie [betrokkene 2 en 3] in zijn vordering niet ontvankelijk verklaard. Nu het GEA niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering in conventie, is ook een beoordeling van de voorwaardelijke eis in reconventie niet aan de orde. Met betrekking tot zijn beslissing in conventie heeft het GEA overwogen dat de gevorderde verklaring voor recht dient te worden afgewezen reeds op de grond dat in de stukken van het kadaster – waarnaar [betrokkene 2 en 3] verwijst – de grenzen van de landerijen van [betrokkene 2 en 3] niet worden vastgesteld en/of in deze stukken is vervat hoe de grens van de landerijen van [betrokkene 2 en 3] “loopt” (rov. 4.2). Voorts overweegt het GEA in conventie en in voorwaardelijke reconventie:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d77c16b3bd03cef40f12d0f97b8a795686c6e730cfb7e4458ddcfc5b387b9501. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d77c16b3bd03cef40f12d0f97b8a795686c6e730cfb7e4458ddcfc5b387b9501, en de alinea staat in dat document op bytes 12422 tot 13283.