Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:342.
Op grond van art. 5:47 lid 2 BW geldt de regel van art. 3:119 BW niet. In art. 3:119 BW is bepaald dat de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn. Het is derhalve voor de toewijzing van de vordering tot grensbepaling niet noodzakelijk dat beide partijen met betrekking tot de grensstrook bezitsdaden hebben verricht. Indien een van beide buren de grensstrook in bezit heeft genomen, dan is het aan de rechter om te beslissen welke bewijskracht in dat geval aan het bezit moet worden toegekend voor de vraag waar de grens loopt. Het in bezit hebben genomen van de onzekere grensstrook door daden van exploitatie of door het plaatsen van een omheining is hier dus voor iemands bewijspositie niet van belang. Wel blijft het van betekenis voor een eventueel beroep op verkrijgende verjaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d77c16b3bd03cef40f12d0f97b8a795686c6e730cfb7e4458ddcfc5b387b9501. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d77c16b3bd03cef40f12d0f97b8a795686c6e730cfb7e4458ddcfc5b387b9501, en de alinea staat in dat document op bytes 31862 tot 32808.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d77c16b3bd03cef40f12d0f97b8a795686c6e730cfb7e4458ddcfc5b387b9501 | shasum -a 256