Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 1.5. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.

De Ontvanger heeft tegen het vonnis van 21 maart 2012 hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Bij tussenarrest van 16 april 2013 heeft het hof gewezen op art. 143 lid 2 Rv, welke bepaling inhoudt dat verzet tegen een veroordeling bij verstek moet worden gedaan binnen vier weken na betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, óf na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is (rov. 3.3). Volgens het hof is niet in geschil dat een rechtsgeldige betekening van het verstekvonnis heeft plaatsgevonden op het daartoe door de Ontvanger voorgeschreven adres (rov. 3.4). Ter discussie staat uitsluitend of deze betekening aan de Ontvanger rechtens heeft te gelden als een betekening aan ‘de veroordeelde in persoon’ als bedoeld in art. 143 lid 2 Rv, die de verzettermijn doet aanvangen. Het hof heeft een comparitie van partijen gelast voor het inwinnen van inlichtingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 9416 tot 10506.