Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 2.8. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.

Artikel 49 is niet rechtstreeks van toepassing op dit geval: de Ontvanger is geen rechtspersoon, dus ook geen publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in art. 2:1 BW. De Belastingdienst waarvan de Ontvanger deel uitmaakt, is evenmin een zelfstandige (publiekrechtelijke) rechtspersoon. Deze dienst maakt deel uit van het ambtelijk apparaat van de Staat. De Ontvanger is de ambtenaar die belast is met de invordering van rijksbelastingen. Art. 2 lid 1 Invorderingswet 1990 bepaalt dat in deze wet onder ‘Ontvanger’ wordt verstaan: de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen. De ministeriële regeling is te vinden in de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 . In artikel 3 van die regeling zijn diverse onderdelen van de Belastingdienst opgesomd. Eén daarvan is de Belastingdienst/CA. Art. 5 van de Uitvoeringsregeling houdt in dat, onder meer, de directeur van de Belastingdienst/CA (het organisatieonderdeel, genoemd in art. 3, lid 1 onder c 1) een ontvanger is als bedoeld in art. 2, lid 3 onderdeel b, Algemene wet inzake rijksbelastingen en art. 2, lid 1 onderdeel i, Iw. In cassatie kan ervan worden uitgegaan dat op 17 juni 2011 [betrokkene 2], die door het hof ter comparitie is gehoord, directeur van de Belastingdienst/CA was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 22643 tot 23997.