Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 2.14. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.
De wetgever heeft in art. 48 en 49 Rv uitdrukkelijk bepaald onder welke voorwaarden een exploot dat niet is gedaan aan de bestuurder persoonlijk, geacht wordt te zijn gedaan aan de rechtspersoon ‘in persoon’. Dit zijn dus al uitzonderingen op de hoofdregel. Enigerlei hoofdregel van algemene strekking die inhoudt dat een exploot, dat is uitgebracht aan de gevolmachtigde aan wie de deurwaarder afschrift van zijn exploot heeft gelaten, moet worden aangemerkt als een betekening ‘in persoon’, valt daarin niet te ontwaren . Er bestaan ook andere redenen om een algemene regel van die strekking niet te aanvaarden. Zo wordt de betekening aan het kantoor van de advocaat of deurwaarder op de voet van art. 63 lid 1 Rv, niet beschouwd als een betekening aan de cliënt ‘in persoon’. Ten aanzien van de betekening aan andere (niet publiekrechtelijke) rechtspersonen bepaalt art. 50 Rv dat betekening geschiedt aan hun kantoor of aan de persoon of de woonplaats van een van de bestuurders. Slechts indien het afschrift van het exploot is gelaten aan een bestuurder (of, na ontbinding van de rechtspersoon, aan een vereffenaar), wordt het exploot geacht te zijn gedaan aan de rechtspersoon ‘in persoon’. Onder het vroegere procesrecht (art. 81 Rv oud) was onduidelijk of een betekening ‘in persoon’ aan een rechtspersoon mogelijk was. In zijn conclusie voor HR 11 mei 1990, NJ 1990/544, merkte de A-G Strikwerda op dat, naar gangbare opvatting, een betekening in persoon aan een rechtspersoon dient te geschieden aan een bestuurder of, in de woorden van Van Rossem/Cleveringa I, art. 81, aant. 4: aan een ‘procesorgaan’ van die rechtspersoon. Strikwerda sloot zich aan bij deze gangbare leer, “omdat mag worden aangenomen dat de wetgever met de eis dat de betekening in persoon aan de veroordeelde dient te geschieden, zeker heeft willen stellen dat het exploot wordt gedaan aan degene die bevoegd is proceshandelingen te verrichten, bij een rechtspersoon derhalve de bestuurder”. Ten slotte kan nog een verband worden gelegd met de verschijning van rechtspersonen in een kort geding (art. 255 Rv). Een rechtspersoon verschijnt alleen ‘in persoon’ wanneer zij wordt vertegenwoordigd door het bestuur of een bij de statuten aangewezen persoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 28542 tot 30950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e | shasum -a 256