Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.

Onderdeel 1, onder (i) houdt in dat het hof in rov. 2.2 en, daarop voortbouwend, in rov. 2.5 van het tweede tussenarrest de regeling van het mandaat in titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht heeft miskend, dan wel een onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven. In rov. 2.2 heeft het hof beslist dat de desbetreffende receptioniste niet gemandateerd was om stukken voor de Belastingdienst in ontvangst te nemen. Volgens de belastingplichtige is dit oordeel, dat teruggrijpt op de verklaring van directeur [betrokkene 2], die ter comparitie liet weten dat de desbetreffende receptioniste niet formeel was aangewezen om afschriften van exploten voor hem in ontvangst te nemen, (a) in strijd met de rechtsregel dat (naast een formele mandatering, die in een mandaatregister wordt vastgelegd) ook mondeling een mandaat kan worden gegeven; (b) in strijd met de rechtsregel die inhoudt dat binnen de Belastingdienst ook materiële bevoegdheidsverlening mogelijk is .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 33674 tot 34759.