Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 3.3. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.

Art. 49 Rv stelt geen bijzondere eisen aan de in dat artikel genoemde ‘aanwijzing’. Aan de hand van de inlichtingen die partijen en met name de toenmalige directeur van de Belastingdienst/CA aan het hof hadden verschaft, heeft het hof, zonder enige redeneerfout de gevolgtrekking kunnen maken dat van een dergelijke ‘aanwijzing’ in dit geval geen sprake is geweest. Onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd is die beslissing niet. De feitelijke juistheid of onjuistheid van het oordeel kan in een cassatieprocedure niet worden beoordeeld; dit volgt uit art. 419 Rv. In dit verband merk ik op dat een bevoegdheid om ‘stukken’ voor de Belastingdienst/CA in ontvangst te nemen niet noodzakelijk (tevens) een aanwijzing inhoudt (als bedoeld in art. 49 Rv) om afschriften van exploten in ontvangst te nemen namens de Ontvanger.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 34839 tot 35689.