Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.

Wat betreft onderdeel 1 onder (iii) : of de desbetreffende receptioniste als uitzendkracht dan wel als ambtenaar werkzaam was voor de Belastingdienst/CA, is inderdaad niet beslissend voor een aanwijzing op de voet van art. 49 Rv, noch voor de mogelijkheid van een mandaat op de voet van titel 10.1 Awb. In deze titel maakt de Algemene wet bestuursrecht slechts onderscheid naar gelang de gemandateerde wel of niet werkzaam is “onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever”. De klacht onder 1.7, die inhoudt dat het hof regels van bewijslastverdeling niet goed heeft toegepast (was de desbetreffende receptioniste wel of niet in dienst van Uitzendbureau Randstad?), leidt om de hiervoor genoemde redenen niet tot vernietiging van de bestreden uitspraken. Bovendien treft die klacht naar mijn mening geen doel omdat de stelling van de Ontvanger, dat de desbetreffende receptioniste toen in dienst was van een uitzendbureau, deel uitmaakt van de onderbouwing van zijn ontkenning (een zgn. “neen, want”-verweer). De initiële stelling was immers de stelling van de belastingplichtige dat het verstekvonnis aan de Ontvanger in persoon is betekend op 17 juni 2011, zodat de termijn voor verzet was verstreken. De rechtsklacht onder 1.8 mist feitelijke grondslag en de algemeen geformuleerde motiveringsklacht mist doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 38680 tot 40053.