Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.
In het middelonderdeel wordt onder 2.3 en 2.4 een uiteenzetting gegeven, die erop neerkomt dat de belastingplichtige in de procedure bij het hof had gesteld dat het vrijwel onmogelijk is, een exploot uit te brengen aan de Ontvanger (hier: de directeur van de Belastingdienst/CA) persoonlijk. De klacht houdt in dat het hof, in weerwil van het bewijsaanbod van de belastingplichtige en in strijd met art. 166 Rv, deze niet heeft toegelaten tot levering van bewijs van deze stelling door middel van getuigen. Indien het hof voor het bewijs is afgegaan op de mededeling van [betrokkene 2] ter comparitie, had het hof de belastingplichtige ten minste behoren toe te laten tot levering van tegenbewijs. (Voor zover subonderdeel 2.4 tevens klaagt over schending van art. 843a Rv, kom ik hierop terug bij de bespreking van onderdeel 4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 41147 tot 41989.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e | shasum -a 256