Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.
De lezing van de gedingstukken is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. De uitleg die het hof in rov. 2.4 van het aan het bewijsaanbod geeft is, zelfs woordelijk, ontleend aan de memorie van antwoord (punt 7.29) en reeds om die reden niet onbegrijpelijk. In de memorie van antwoord onder 7.30 heeft de belastingplichtige de namen genoemd van een aantal personen die, volgens diezelfde memorie onder 7.31, zouden kunnen uitleggen ‘hoe het geregeld is met betekening van stukken aan de receptioniste’, ‘wie de instructie heeft gegeven aan [betrokkene 3]’ en ‘wie waar verantwoordelijk voor is’. Dergelijke bewijsthema’s, evenals die, genoemd in diezelfde memorie onder 7.39 (over de ‘aanwijzing’, de schriftelijke vastlegging van werkprocessen e.a.), heeft het hof, samengevat in rov. 2.3 en 2.4, mede in zijn beoordeling betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 45475 tot 46356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e | shasum -a 256