Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 3.17. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:347.
Onderdeel 5 is gericht tegen het oordeel in rov. 2.7 van het eindarrest. Daar overwoog het hof dat het gevorderde algemene invorderingsverbod te ruim is om te kunnen worden toegewezen. Het hof heeft dit oordeel toegelicht als volgt: “Het verbod ziet immers om álle maatregelen die strekken ter invordering van kansspelbelasting en omzetbelasting zolang de materiële verschuldigdheid ervan niet onherroepelijk is komen vast te staan”. De klacht houdt in dat, indien dit gedeelte van de vordering al te ruim zou zijn omschreven, het hof had behoren te onderzoeken of een minder ver strekkende voorziening wél had kunnen worden toegewezen. Bij deze klacht heeft de belastingplichtige belang, ongeacht het lot van het incidenteel cassatiemiddel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e, en de alinea staat in dat document op bytes 52330 tot 53139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82da83958e17adf89bdce28112d05ef98365b7f84dd02e22f4b36651e973638e | shasum -a 256