Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Onder 1.3. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:349.

De belastingplichtige heeft in de procedure bij de rechtbank te Amsterdam (incidenteel) geconcludeerd dat de Ontvanger niet-ontvankelijk behoort worden verklaard in zijn verzet tegen het verstekvonnis, omdat dit te laat is ingesteld. Het op 25 mei 2011 uitgesproken verstekvonnis is op 17 juni 2011 betekend aan de Ontvanger op het in de dwangbevelen daartoe opgegeven adres; eerst op 8 november 2011 is de Ontvanger in verzet gekomen tegen dit verstekvonnis. De verzettermijn van vier weken, bedoeld in art. 143, lid 2 en lid 4, Rv, was volgens de belastingplichtige toen al verstreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5911529337c68f43af2645cdde63a9032ffa998d6b2f5fcef97fc0a4521c04b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5911529337c68f43af2645cdde63a9032ffa998d6b2f5fcef97fc0a4521c04b7, en de alinea staat in dat document op bytes 8387 tot 8988.