Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 2.11. Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:349.
Onderdeel 1 van het incidenteel cassatiemiddel komt mij gegrond voor. Voor zover de belastingplichtige van mening is dat het bepaalde in art. 3 lid 2 Iw de Ontvanger tot een publiekrechtelijke rechtspersoon in de zin van art. 2:1 BW maakt, is die opvatting niet juist. De Ontvanger (hier: de directeur van de Belastingdienst/CA) is geen rechtspersoon, maar een van de rechtspersoon waartoe hij behoort (de Staat) te onderscheiden ambtsdrager . Er zijn wel meer ambtsdragers (niet zijnde rechtspersoon) die krachtens een wettelijke bepaling gerechtigd zijn in bepaalde aangelegenheden zelfstandig en op eigen naam in rechte op te treden .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5911529337c68f43af2645cdde63a9032ffa998d6b2f5fcef97fc0a4521c04b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5911529337c68f43af2645cdde63a9032ffa998d6b2f5fcef97fc0a4521c04b7, en de alinea staat in dat document op bytes 25870 tot 26647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5911529337c68f43af2645cdde63a9032ffa998d6b2f5fcef97fc0a4521c04b7 | shasum -a 256