Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.12. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.

In de brief van de STE wordt verder opgemerkt dat de cliëntenremisier die transactiegerelateerde vergoedingen ontvangt van de effecteninstelling waarbij hij de cliënt aanbrengt, wordt vermoed beroeps- of bedrijfsmatig te adviseren. Hij valt dan niet onder de vrijstelling en is dus vergunningplichtig, tenzij de cliëntenremisier aantoont dat hij geen adviezen verstrekt. F.M.A. ’t Hart, De positie van de cliëntenremisier onder de Wte 1995, TvE 2002/5, p. 122, tekent hierbij aan dat een transactiegerelateerde vergoeding niet behoeft te impliceren dat de cliëntenremisier beleggingsadvies verstrekt. De achterliggende gedachte van de transactiegerelateerde vergoeding kan ook zijn om de cliëntenremisier evenredig te laten delen in de winst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 76195 tot 76959.