Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 3.13. ’ Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.
“Immers, het is niet goed mogelijk om cliënten te acquireren zonder daarbij bepaalde producten aan te prijzen. De opvatting van de AFM biedt alleen ruimte om algemene informatie over beleggen te verstrekken en om bepaalde vergunninghoudende effecteninstellingen of kredietinstellingen aan te prijzen waarvoor de tussenpersoon als cliëntenremisier optreedt. (…) Zo rijst de vraag waarom de combinatie van het verrichten van de vergunningplicht vrijgestelde werkzaamheden als cliëntenremisier tezamen met het verrichten van een niet vergunningplichtige activiteit als beleggingsadviseur, vergunningplichtig is. Het antwoord daarop is dat juist de reden om cliëntenremisier vrij te stellen en om de beleggingsadviseur niet onder de reikwijdte van de Wte 1995 te brengen, gelegen is in het feit dat cliëntenremisiers geen andere effectendiensten verlenen en dus uitsluitend in die betreffende hoedanigheid optreden. Het verstrekken van beleggingsadvies moet mijns inziens echter worden onderscheiden van het in algemene termen aanprijzen van bepaalde effecten of bepaalde effectendienstverlening. Het laatste kan niet worden opgevat als beleggingsadvies en zal door de belegger doorgaans niet als zodanig worden opgevat. Beleggingsadvies betreft het – veelal krachtens overeenkomst – verstrekken van advies waarbij de belegger vertrouwt of mag vertrouwen op bepaalde deskundigheid van de adviseur en het advies ook onderbouwd is en dus inhoudelijk meer is dan een enkele aanprijzing. Dit is dan ook de reden om uitsluitend vergunningen te verstrekken aan effecteninstellingen indien gebleken is dat de beleidsbepalers, waaronder de bestuurders, voldoen aan eisen van deskundigheid. Ik zie daarom geen reden om een cliëntenremisier te verbieden bepaalde effecten of producten in algemene termen aan te prijzen, zolang geen sprake is van beleggingsadvies. Het kunnen aanprijzen in algemene termen is ook feitelijk noodzakelijk om clientèle te acquireren. Bovendien zal het veelal zo zijn dat de belegger die afgaand op uitlatingen van een cliëntenremisier overweegt de aangeprezen effecten te kopen, dit meestal middels tussenkomst van een vergunninghoudend effecteninstelling zal doen. Deze vergunninghoudende instelling is verplicht om aan de hand van het ingevolge artikel 28 lid [1] NRte 1999 opgestelde cliëntenprofiel de cliënt, als effectenbemiddelaar of als vermogensbeheerder, te adviseren en neemt in die hoedanigheid bepaalde verantwoordelijkheden op zich jegens de belegger.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 79188 tot 81703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95 | shasum -a 256