Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.15. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.

Uit deze toelichting blijkt dat art. 41 NR 1999 niet anders beoogt te zijn dan een voortzetting van een reeds onder de NR 1995 bestaande praktijk. Kern daarvan is dat een effecteninstelling zich dient te onthouden van zakelijke of financiële relaties met personen die handelen zonder de vereiste vergunning of vrijstelling. Deze algemene doelstelling heeft vervolgens uitwerking gekregen in een opsomming van een aantal rechtshandelingen waarvan de effecteninstelling zich dient te onthouden jegens een persoon die handelt zonder de vereiste vergunning of vrijstelling. De toevoeging van de ‘verboden’ rechtshandeling sub d in art. 41 NR 1999 is niet bedoeld als een breuk ten aanzien van art. 25 NR 1995, maar is bedoeld om eventueel nog overgebleven verwarring weg te nemen. Aldus de toelichting op art. 41 NR 1999. Deze toegevoegde ‘verboden’ handeling is overigens ook een logisch uitvloeisel van de algemene gedachte dat een effecteninstelling zich dient te onthouden van zakelijke of financiële relaties met personen die handelen zonder de vereiste vergunning of vrijstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 87323 tot 88430.