Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.23. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.

In deze zaak had de moeder van twee minderjarige kinderen het vermogen van haar overleden echtgenoot in vermogensbeheer gegeven, waarna door het speculatieve beheer het saldo op de beleggingsrekening bij de Bank tussen 1980 en einde 1981 met een aanzienlijk bedrag was verminderd. De Bank werd aansprakelijk gesteld. Uw Raad overwoog dat het hof geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door – voorshands uitgaande van de veronderstelling dat de Bank zich ervan bewust was, althans behoorde te zijn, dat de beleggingen betrekking hadden op de vermogensbelangen van minderjarigen – te oordelen dat de Bank zich de belangen van de kinderen behoorde aan te trekken door tenminste hun wettelijk vertegenwoordigster te waarschuwen toen de Bank constateerde dat de door de vermogensbeheerder gegeven opdrachten strijdig waren met het uitgangspunt dat het vermogen van minderjarigen op niet speculatieve wijze behoort te worden belegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 101004 tot 101967.