Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 5.13. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.

Onderdeel 3b doet met zijn klacht dat het hof heeft miskend dat de overtreding door Dexia van het verbod van art. 41 NR 1999 niet aan haar kan worden toegerekend omdat Dexia ten tijde van het accepteren van [eiser] als cliënt wist noch behoorde te weten dat zij daarmee art. 41 NR 1999 overtrad, een beroep op rechtsdwaling. Dat beroep moet falen. Een beroep op rechtsdwaling (een dwaling in het objectieve recht) ter afwering van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad wordt in de regel afgewezen op de grond dat de rechtsdwaling aan eigen schuld is te wijten of voor risico van de dader komt en daarmee aan de dader kan worden toegerekend in de zin van art. 6:162 BW. Slechts in uitzonderingsgevallen wordt een beroep op rechtsdwaling aanvaard. Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/109. Zie voorts Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/246 in het kader van het leerstuk van de dwaling van art. 6:228 BW. In dit verband wordt ook verwezen naar het arrest van uw Raad van 26 november 2004, NJ 2006/115, m.nt. C.E. du Perron ( Bosman/mr. G ) waarin het ging om het aanvangstijdstip van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW en in dat kader om de vraag of uw rechtspraak dat deze termijn pas begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van deze schade in te stellen, inhoudt dat de benadeelde ook daadwerkelijk bekend moet zijn met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon. Uw Raad beantwoordde deze vraag ontkennend en overwoog daartoe onder meer als volgt: “Het stellen van die eis zou niet in overeenstemming zijn met het voor een behoorlijk verloop van het rechtsverkeer te aanvaarden uitgangspunt dat een beroep op rechtsdwaling in het algemeen niet kan worden aanvaard, en zou tot rechtsongelijkheid aanleiding geven waar juridische kennis niet in gelijke mate bij een ieder aanwezig is.” Zie ook M.A. Loth en T.F.E. Tjong Tjin Tai, ‘Wat niet weet, dat niet deert?, Preadviezen 2014 voor de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, p. 353-395.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 170776 tot 173001.