Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 6.2. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.
Tot slot betoogt dit middel dat voor de beoordeling van de verdeling van de schade op basis van art. 6:101 BW eveneens van belang is de stelling van [eiser] dat bepaalde bedingen van de overeenkomst (en/of de hierop toepasselijke bijzondere voorwaarden) hebben te gelden als oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG althans als onredelijk bezwarend beding in de zin van art. 6:233 sub a of anderszins gecorrigeerd moeten worden (op grond van art. 6:248 BW) en waarover het hof nog geen beslissing heeft genomen. Zeker als een beding zou worden vernietigd mag de opvulling/aanvulling als gevolg daarvan de bescherming die [eiser] kan ontlenen aan Richtlijn 93/13/EEG niet aantasten, aldus het middelonderdeel onder verwijzing naar HvJ EU 30 april 2014, ECLI:EU:C:2014:282, NJ 2014/355, m.nt. M.R. Mok (Kásler en Rábai/OTP Jelzálogbank).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 195179 tot 196041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95 | shasum -a 256