Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.

Bij de bespreking van onderdeel 3c van het incidenteel cassatieberoep betoogde ik dat niet kan worden volgehouden dat de in de onderhavige zaak aan Dexia verweten onrechtmatige gedraging – het accepteren van [eiser] als cliënt terwijl zij wist of behoorde te weten dat de door Dexia aangestelde cliëntenremisier Spaar Select [eiser] had geadviseerd – niet een aan Dexia toe te rekenen omstandigheid is die tot de schade heeft bijgedragen in de zin van art. 6:101 BW naast de aan Dexia toe te rekenen schending van haar bijzondere zorgplicht. Het is dan de vraag hoe die verdeling in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen (de causaliteitsafweging), moet geschieden. Daarbij geldt dat de afweging van de wederzijdse ‘schuld’ (de causaliteitsmaatstaf) wordt beschouwd als een beslissing die toekomt aan de feitenrechter omdat zij veelal slechts op intuïtief inzicht kan berusten en daaraan derhalve slechts beperkte motiveringseisen kunnen worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 196161 tot 197208.