Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 6.16. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.
Die strikte benadering heeft ook tot kritiek geleid van enkele auteurs. Zie onder anderen K.F. Haak in zijn noot onder NJ 2002/495 (Geldnet/Kwantum), sub 3, G.J.P. de Vries, Het te enghartige aansprakelijkheidscriterium voor gedrag van hulppersonen van art. 6:76 BW, NTBR 2002/9, p. 491 e.v., T. Hartlief, De Hoge Raad en de aansprakelijkheid voor hulppersonen, in Bierbooms e.a. (red.), Aspecten van aansprakelijkheid, 2005, p. 149 e.v. en G.T. de Jong, Het belang van het begrip ‘bedrijfseenheid’ in verband met de contractuele aansprakelijkheid voor hulppersonen, WPNR 2008/6742. Tjittes ziet ook meer ruimte voor toepassing van art. 6:76 BW en merkt op dat de tekst van dat artikel niet is beperkt tot ondernemingen die hulppersonen inschakelen. Bovendien bepleit hij art. 6:76 BW ook toe te passen in de precontractuele fase (Toerekening van kennis, 2001, p. 23). Van Laarhoven noemt het zelfs onaanvaardbaar om in een precontractuele context onderscheid te maken tussen de hulppersoon die wordt gebruikt bij de uitvoering van de overeenkomst en de aansprakelijkheid voor hulppersonen die worden ingezet bij de voorbereiding van de overeenkomst (Aansprakelijkheid voor het verschaffen van onjuiste informatie in een precontractuele verhouding, WPNR 2002 (6484), p. 293):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 234475 tot 235768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95 | shasum -a 256