Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:35.
Zie voorts: F.M.A. ’t Hart, De positie van de cliëntenremisier onder de Wte 1995, TvE 2002/5, p. 117 en C.M. Grundmann-van de Krol, Koersen door het effectenrecht, eerste druk 1997; tweede druk 1999 en derde druk 2000, telkens hoofdstuk 3, par. 2.3), waar wordt benadrukt dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat personen die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf in het kader van de effectenhandel uitsluitend derden adviseren met betrekking tot effectentransacties niet onder de omschrijving van effecteninstelling vallen, doch dat voorwaarde wel is dat zij zelf op geen enkele wijze betrokken zijn bij de uitvoering van effectentransacties dan wel bij de aanbieding van bemiddeling door enige bemiddelaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95, en de alinea staat in dat document op bytes 66347 tot 67088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d29a2298c25d24ad72742e5d24a1cfe26b8c6d540e9e993c5240886e9c9ef95 | shasum -a 256