Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 3.2.2 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:351.
Over de wijze waarop de ontbindingsbevoegdheid moet worden ingekaderd is het nodige te doen. De huidige stand van zaken komt er, kort gezegd, op neer dat de beoordeling of de (keuze van de schuldeiser voor) ontbinding gerechtvaardigd is − aangenomen dat overigens aan de daarvoor geldende vereisten is voldaan – in beginsel moet plaatsvinden aan de hand van de in art. 6:265 lid 1 bedoelde tenzij-bepaling. De schuldenaar moet dit verweer gemotiveerd inroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f18193c8e6da64f70e7628bb34d9a7c61cc49b3d568dd4ecdc37453901eff865. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f18193c8e6da64f70e7628bb34d9a7c61cc49b3d568dd4ecdc37453901eff865, en de alinea staat in dat document op bytes 17926 tot 18531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f18193c8e6da64f70e7628bb34d9a7c61cc49b3d568dd4ecdc37453901eff865 | shasum -a 256