Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:351.
Dit onderdeel slaagt evenmin. Het hof heeft in de MvG nr. 34 een zelfstandig beroep op een terme de grace gelezen. Dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. De mogelijkheid om een terme de grace toe te kennen (artikel 7:280 BW) is opgenomen in afdeling 5 (boek 7, titel 4) betreffende huur van woonruimte. Ten aanzien van de huur van artikel 290 en 230a-bedrijfsruimte bevat de wet geen vergelijkbare bepaling. Overigens wordt een terme de grace in geval van woonruimte slechts bij wijze van uitzondering toegekend. Afgezien daarvan valt niet in te zien waarom het verzoek om een terme de grace ertoe zou leiden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om de huurovereenkomst te ontbinden. Voor zover het middel betoogd dat het beroep op de terme de grace ertoe strekte dat [eiser] nog een kans had moeten worden gegeven (door de rechter dan wel Staedion, vgl. [eiser] s.t. nr. 2.11, slot), stelt het in wezen aan de orde hetgeen het hof in rov. 4 e.v. heeft beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f18193c8e6da64f70e7628bb34d9a7c61cc49b3d568dd4ecdc37453901eff865. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f18193c8e6da64f70e7628bb34d9a7c61cc49b3d568dd4ecdc37453901eff865, en de alinea staat in dat document op bytes 40541 tot 41635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f18193c8e6da64f70e7628bb34d9a7c61cc49b3d568dd4ecdc37453901eff865 | shasum -a 256