Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:352.
Naar huidig Nederlands recht is de overeenkomst van verbruikleen een reële overeenkomst. Dat betekent dat voor totstandkoming van de overeenkomst alleen wilsovereenstemming niet voldoende is. De geldleningsovereenkomst komt pas tot stand indien en zodra het geld in de macht van de lener is gekomen. Zolang de lener de gelden niet in zijn macht heeft is er geen sprake van een geldleningsovereenkomst. Art. 118 van het hierna nog te bespreken Wetsvoorstel consumentenkredietovereenkomsten, goederenkrediet en geldlening (Aanvulling van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek met een nieuwe Afdeling 7.2A en met de nieuwe Titels 7.2B en 7.2C) luidt als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a, en de alinea staat in dat document op bytes 12447 tot 13382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d0c15f908a9c1295789004f888982edba24d757ffabd671bc848d4c297ef49a | shasum -a 256